17/05/2026
Soms zegt een uitslag niet alles. Vandaag was zo’n dag.
Na een week van ziekte stond ik maar op 80% aan de start, met de twijfel of starten wel de juiste keuze was. Toch beslist om het te proberen, wetende dat vooral het eerste uur heel zwaar zou worden. En dat bleek ook meteen…
Waar ik vorig jaar nog mee over de eerste twee cols trok met de kopgroep, kreeg ik vandaag al op de eerste klim na de start het deksel op de neus. Volledig door het ijs gezakt en moeten vechten om überhaupt in koers te blijven.
Na ongeveer anderhalf uur begon het gevoel gelukkig stilaan terug te keren. De benen kwamen erdoor, het vertrouwen groeide opnieuw en ik ben solo naar een groep voor me gereden. Rond kilometer 60 kon ik daar eindelijk aansluiten.
In het tweede deel, met de wind stevig op kop, hebben we met vier geprobeerd om weg te rijden met nog zo’n 45 kilometer te gaan. Tot 15 kilometer van de finish zag dat er goed uit, maar toen kwamen enkele renners opnieuw aansluiten. Vanaf daar begon ik de inspanningen van de achtervolging serieus te voelen. Het vat was leeg en de laatste kilometers waren overleven.
Extra zuur is misschien wel dat ik uiteindelijk op amper vier plaatsen van een qualify finishte. Zeker met het gevoel van vandaag doet dat ergens wel pijn, omdat je weet dat er misschien meer in zat zonder die ziekte van de afgelopen dagen.
Maar goed, dat is ook deel van de sport. Niet elke dag is een topdag. Soms draait het gewoon om blijven knokken, aanpassen en toch de finish halen. En eerlijk? Daar mag ik misschien even trots op zijn ook. 🤷♂️💪