31/01/2017
Wat te doen bij plotseling onweer?
Geen enkel sportveld is veilig tijdens een onweer. Verlaat het terrein onmiddellijk en wacht tot de bui voorbij is. Bent u te paard, op de fiets of de motor, dan moet u afstappen. Ruiters doen er goed aan zoveel mogelijk afstand van hun paard te houden.
Met de ’tien secondenregel‘ kunt u inschatten wanneer u het best gaat schuilen: indien er minder dan 10 seconden liggen tussen de bliksemflits en de donder, dan is het onweer gevaarlijk dichtbij. Is de tijd tussen flits en donder korter dan drie seconden dan zit u midden in de onweersbui.
Waar schuilen?
• Het best is een gebouw (bv. de kantine, kleedkamers...), weg
van de ramen. Sluit ramen en deuren en blijf weg van de
ramen. Blijf ook uit de buurt van stromend water en ga zeker
niet douchen.
• Een carport, een afdak, een open schuilplaats en dergelijke
bieden geen enkele bescherming. Op golfterreinen zijn er
soms speciale schuilhutjes met uitwendige bliksemafleiders.
Schuilhutten zonder bliksemafleider zijn niet veilig.
• Ook een volledig metalen auto is een goede schuilplaats. Die
vormt door zijn constructie een ‘Kooi van Faraday’. Sluit
ramen, schuifdak en deuren. Een cabrio of een auto uit
kunststof is niet veilig. Ook een golfkarretje biedt geen enkele
bescherming.
• Verlaat uw schuilplaats niet eerder dan het moment waarop
tussen bliksemflits en donder meer dan tien seconden zit.
Wanneer er geen schuilplaats in de buurt is
• Blijf uit de buurt van hoge bomen, lantaarnpalen, torens,
hoogspanningsleidingen, open water, speeltuigen, enz.
Blijf minstens op 3 m afstand van hekwerken of afrasteringen.
Ga niet op het hoogste punt van de omgeving staan.
• Loop zeker niet rond met golfsticks, jachtgeweer... Blijf uit de
buurt van golfkarretjes. Tijdens nabij onweer met de fiets aan
de hand lopen is vragen om moeilijkheden.
• Maak in geen geval gebruik van een paraplu.
• In groep loopt u een groter risico op blikseminslag. Blijf dus
niet bij elkaar maar zoek beschutting of blijf minstens 3 m van
elkaar.
• Ga gehurkt op uw tenen zitten, sla de armen om de knieën,
het hoofd zo laag mogelijk, de handen over de oren en de
voeten tegen elkaar. Ga nooit plat op de grond liggen. Hurk zo
mogelijk in een greppel.