24/12/2024
In de vroege ochtend stap ik in mijn auto. Het is nog donker en er is geen mens op straat te bekennen. Niet zo verwonderlijk, het is namelijk eerste kerstdag. Ik ben onderweg naar een familie die ik een aantal jaren geleden ook ontmoette bij een overlijden. Het telefoongesprek van even daarvoor begon de oudste dochter met: ‘Sorry Susanne, maar ik vrees dat je bij een andere familie aan het kerstontbijt terecht komt dan je had gepland. Onze moeder is overleden.’ We praatten nog even verder en ze besloot met: ‘Kom je hier naar toe? We zijn er allemaal.’ En zo rijd ik door een wereld die gehuld is in stilte en zich niet bewust van wat zich achter de voordeur waar ik naar onderweg ben, heeft afgespeeld. Dat gegeven blijft me, zelfs na heel wat jaren, intrigeren. Net als de magie van die ‘slapende wereld’ iets heel bijzonders blijft hebben voor mij. De drukte van alle stemmen, als ik eenmaal binnenstap bij de familie, staat daarmee in een groot contrast. Oudste dochter neemt zoals ik me van haar herinner doortastend het initiatief: ‘Jongens! Even….zullen we even centraal?’ De woonkamer is vol, maar de gesprekken verstommen. Er wordt een stoel voor me gezocht en op een goed zichtbare positie gezet. Inwendig moet ik glimlachen; voor een volle aula spreken voelt minder ‘bekeken’ dan de twintig paar ogen die nu op me gericht zijn. ‘Zal ik je even in vogelvlucht meenemen door de tijd die je gemist hebt vanaf de laatste keer dat je ons zag?’ vraagt de zoon me. Ik maak een handgebaar om hem uit te nodigen te vertellen. Hij benoemt dat ze zo onder de indruk waren van hoe hun moeder haar leven weer opgepakt had, na het overlijden van hun vader, hoe ze genoot van de achterkleinkinderen die geboren waren en hoe zelfstandig ze bleef. Enkele maanden geleden sloeg het om. Ze begon te kwakkelen met haar gezondheid en ook mentaal ging er een knop om. ‘Ik wil wel naar jullie vader.’ had ze gezegd. Zijn stem bibbert even als hij me vraagt: ‘Snap je dat we haar dat gunden? Het is goed zo.’ Zijn jongste zus kijkt liefdevol naar hem. Als hij stilvalt zegt ze: ‘Mama blijft deze dagen, net als papa, gewoon thuis. We hebben al wat voorbereidingen getroffen, kom maar mee.’ Ze wenkt me richting de deur van de hal. Achter ons komen de gesprekken weer op gang en wordt koffie geschonken bij de plakken kerstbrood die op tafel staan. Als mevrouw even later in haar eigen slaapkamer is opgebaard, komen de kinderen en kleinkinderen om de b***t even bij haar kijken. ‘Het heeft toch wel iets bijzonders,’ zegt de zoon als hij naast me staat. ‘Dat ze precies op deze dag de cirkel van haar leven rond kon maken, met ons allemaal in haar nabijheid, precies zoals ze het met kerst het liefste had.’ Als ik later de straat uit rijd zie ik achter de verschillende ramen families aan tafel zitten. De stilte van de vroege ochtend is in het niets verdwenen. De zin waarmee de oudste dochter het telefoongesprek begon, schiet weer even door mijn gedachten en ik kan alleen maar denken: wát een mooie familie om bij aan het kerstontbijt terecht te komen.